Voltooid leven?

05 Juni 2017

Door harry van den Nouweland, vrijwilliger Steunpunt Zinvol..........

Ze was 89. Alles deed het nog goed, zei ze, voor iemand van 89. Alleen werd het wel allemaal een beetje stil om haar heen. Haar enige broer was al overleden en van haar vriendinnen was er nog een over, maar die zat in een tehuis, dement. Haar dochter woonde met haar man en haar kinderen in Amerika. Ze belde wel één keer in de week op hoor. Het was dan bij haar dochter avond en bij haar 'smorgens vroeg. Haar man was vorig jaar overleden. Hartinfarct. Ze miste hem erg. Hij was ook oud geworden, 90 en op het laatst ook slecht ter been en aardig vergeetachtig. Ze wilde het geen dementie noemen. Samen hadden ze het nog goed gehad. Al was het voor haar ook een hele zorg geweest. Ze zat nu vaak voor het raam, vier hoog, met een rachtig uitzicht op het winkelcentrum. Er was altijd wel wat te zien. Maar ja, er kwamen weinig mensen meer op bezoek. De hulp van de thuiszorg voor grote boodschappen en schoonmaak. Het ging allemaal nog wel, maar zoals ik al zei het was allemaal stil geworden. Haar taken in het leven zaten er op, zei ze wel eens. Zorgen voor haar dochter tot ze getrouwd was en daarna zorgen voor haar man toen die wat hulpbehoevender werd. Het was allemaal voorbij en ze keek er met tevredenheid op terug. Maar wat nu. Misschien werd ze wel honderd. Hier nog elf jaar door het raam zitten kijken de hele dag was ook dodelijk. Leuke woordspeling vond ze zelf, want ja eigenlijk was het wachten op dood gaan. Ze vond haar leven wel voltooid, zoals dat tegenwoordig in deze moderne tijd heette.

Ze had echt humor, als ik zo met haar praatte. Had een opgeruimd en lief karakter. Er hing een fijne sfeer in haar huisje. Bij toeval was ik met haar ik contact gekomen. In het winkelcentrum. Ik zat op een bank in mijn tas te rommelen toen ze vroeg of ze even naast me mocht komen zitten. Ze moest even rusten. Ze woonde vlakbij en had nog even wat moeten halen in de winkel. We raakten aan de praat. Haar man was overleden vertelde ze en ze wilde eigenlijk van hem een schilderijtje ophangen maar kon dat eigenlijk zelf niet meer. Ik bood aan haar daarbij te helpen. Zo is het gekomen. Spijker in de muur, lijstje ophangen, koffie drinken, praatje maken. Nu kom ik elke week een keer op de koffie. In het begin vertelde ze veel over vroeger, nu meer over de toekomst. 

Hoe zal het zijn na de dood. En wat moet ik nog tot het zover is, zei ze dan. Ik heb daar ook geen antwoorden op, maar ik vind het fijn bij haar. Het zet mijn ook tot nadenken. Ik ben nog jong, veertig jaar pas. Maar haar vragen raken mij. Als ik zo alleen thuis ben en er is niets op de televisie, komen ze soms weer in me op. Ik raak echt gehecht aan onze gesprekken. Ze vertelde wat ze vroeger geleerd had toen ze kind was over god en de hemel en dat soort dingen. Beetje vreemd voor mij, want ik ben ongelovig opgegroeid en op een openbare school gezeten. Ik had wel eens gehoord hoor, over god en de hemel, maar ik had er nooit over nagedacht. Ik heb een baan in het stadskantoor, afdeling planning. Doe veel aan sport en ga af en toe mediteren. Meer als stress vermindering. Er zijn nogal wat spanningen op mijn werk. Een relatie was er nooit van gekomen. Ik weet eigenlijk niet waarom niet. Ik heb een aardig sociaal leven met veel vrienden, sportvrienden hoofdzakelijk. Ik woon alleen en ben er best tevreden mee.

Mijn contacten met zo'n oude mevrouw zijn me erg lief en waardevol geworden. Heel anders dat de contacten met mijn vrienden. Op een keer zei ze tegen mij: zou god ook hier zijn ? Ik heb eens gehoord dat god overal is. Denk jij dat dat kan ? Overal tegelijk zijn. Ik weet dan niet wat ik moet antwoorden op zo'n vraag. Maar soms hoef ik ook niet te antwoorden. Ze stelt dan niet echt een vraag. Vraagt het meer aan zichzelf heb ik dan het idee. Zonder dat ik iets zeg, gaat ze verder. Toch raar hè ? Ik kan me niet voorstellen hoe iemand eruit ziet die overal tegelijk kan zijn. Ze blijft er wel over nadenken, geloof ik, want elke week heeft ze wel zo' n soort gedachte over god of over dingen waar ik eigenlijk nooit bij stil sta. Zo had had ze ook een keer een opmerking die nogal eens door mijn hoofd spookt. Ze zei: ik heb het gevoel dat ik eigenlijk niet ouder wordt. Dat ik nog steeds dezelfde ben die ik vroeger ook al was. Dat alleen dit oude lijf steeds ouder word, maar als ik mijn ogen dicht doe en er niet naar kijk, ben ik dezelfde als vroeger. Gek hè?

Wie zijn we nou eigenlijk, degene met de ogen dicht of met de ogen open? In eerste instantie dacht ik: wat een onzin. Maar later, er zit wel wat in die gedachte. Ik hoef er gelukkig niets over te zeggen. Ik luister alleen en vind al die gedachten van haar best interessant. In zekere zin geven de gesprekken met haar me ook rust en ontspanning. Ik maak dan af en toe de koffie voor ons tweeën en pak de koeken die ik gekocht heb. Vindt ze lekker hoor. Echt hoor ik meen het, ik kijk echt uit naar deze koffie-uurtjes. Ik kom er nu al maanden, elke vrijdagmiddag, ik ben dan vrij. Zij staat dan al voor het raam te lachen. Laatst zaten we zo aan tafel aan de koeken en pakte ze mijn hand vast en zei heel zacht: dit is toch ook liefde vind je niet ? En ik weet niet hoe het kwam, maar zonder nadenken zei ik: ja en dit is misschien wel God. God is toch overal en God is toch liefde ? God is ook in ons. Het was een warm gevoel en toen ik weg ging heb ik haar een zoen gegeven.