Verwachtingsvol uitkijken

11 December 2017

Door Chantal HJuijgen, Coördinator geestelijke zorg.........

In de hele wereld is het niet voor iedereen op dezelfde dag nieuwjaar. Verschillende culturen en geloven hebben hun eigen jaartellingen: voor een aantal begint het nieuwe jaar telkens op een vaste, zelfde datum. In Iran bijvoorbeeld is het elk jaar op 21 maart nieuwjaar. De meeste andere landen in de wereld vieren dat op 1 januari.
Bij bepaalde religies, is het nieuwjaar telkens op een andere dag. Zo vieren Boeddhisten nieuwjaar op de eerste dag dat het volle maan is in april, en is voor moslims de maankalender leidend en hebben zij daarom jaarlijks op een andere dag nieuw jaar.
Het nieuwe Christelijke kerkelijk jaar begint altijd op de eerste dag van de advent. Vanaf kerstmis wordt vier zondagen terug geteld, en daar begint dan de eerste zondag van het kerkelijk jaar. Soms valt dat nog eind november, en in 2017 was de eerste advent op zondag 3 december.

In de Bijbel vind je nergens terug dat er een adventstijd zou zijn, maar het is wel al een oude Christelijke traditie, die waarschijnlijk ergens eind de zesde eeuw zijn intrede deed.  

Het woord advent komt van adventus, dat betekent 'komst'. In de adventtijd kijken wij in de Christelijke kerk uit naar de naar de geboorte van het kindje Jezus, en in deze tijd wordt ook nog extra de hoop uitgesproken dat de Messias ooit terug zal komen op aarde.

In de adventtijd zijn er verschillende gebruiken. Voor de meesten is de advent kalender bekend: een mooie plaat met allemaal luikjes waarvan je er elke dag een open mag maken. Voor mij als kind vroeger was dat echt iets heel bijzonders, maar nu zijn ze voor iedereen op elke hoek van de straat te krijgen.

Wel hadden wij thuis altijd een advents-huisje. Met zijn allen waren we dan een middag bezig met peperkoek, snoep, kaakjes en chocolade om een huisje te bouwen. Een hele kliederboel, maar het resultaat was altijd prachtig. Dat huisje stond dan de hele adventstijd midden op tafel en tegen oud en nieuw mochten we het opeten.

En dan is daar natuurlijk de voor velen bekende adventskrans. Een groene krans met vier kaarsen. De kaarsen symboliseren dat we telkens een stapje dichter bij de komst van Christus komen, en de krans staat voor het koningschap van Jezus.

Elke adventszondag wordt één kaars meer aangestoken, tot aan het kerstfeest. In sommige katholieke kerken maken ze daar een prachtig festijn van: een grote groene krans met uitbundige paarse linten die aan een ketting aan het plafond hangt. Na het aansteken van de kaarsen wordt de krans omhoog getakeld. Toen ik laatst met een protestante vriendin in een adventsviering was, viel ze bijna uit de kerkbank, zo prachtig vond ze het.

 

Bij mij in de regio is er nog een ander hoopvol teken dat wijst naar de komst van het kerstkind. Tussen alle fruitbomen in woont een boer, die elk jaar – ik weet niet hoe – een hele hoge paal in zijn boomgaard zet met daarop een grote rode neon kerstklok. In de donkerte van de decembermaanden, is dat voor mij altijd zo een hoopvol teken. Elk jaar weer. Soms kan ik me in de zomer al verheugen op dat mooie teken in de winterse nacht. Ik heb vaak overwogen om bij deze meneer langs te gaan en te vragen hoe hij dat nou voor elkaar krijgt, die grote paal en dat mooie licht eraan. Ik doe het niet. Laat het maar een geheim blijven. Dat maakt het juist nog mooier. En ik weet: als straks de kaarsen van de adventskrans gedoofd zijn, het peperkoeken huisje is opgegeten en de kerstklok weer is opgeruimd, dan is de nacht ten einde gelopen en breekt de dag weer aan.