Klaar met leven…wat nu?

01 Maart 2017

Door: Sandra Koeling-Lem, geestelijk verzorger.......... 
Op 22 november 2016 stond het veelbesproken politieke onderwerp ‘voltooid leven’ centraal tijdens het symposium in de Geertekerk te Utrecht. Voltooid leven is een kwestie van existentiële thematiek, aldus onderzoeker Els van Wijngaarden die onlangs promoveerde op dit onderwerp. 
 Nederland is een voorloper met betrekking op wetgeving van euthanasie en hulp bij zelfdoding. In 2001 is de “Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding” aangenomen. Die wet maakt het mogelijk dat mensen die “ondraaglijk en uitzichtloos lijden” met hulp van een arts een einde maken aan hun leven (http://wetten.overheid.nl/BWBR0012410/2014-02-15).
De arts kan de euthanasiewens alleen inwilligen mits aan de zorgvuldigheidseisen wordt voldaan. Eenvoudig gezegd komen mensen hiervoor alleen in aanmerking als zij lijden aan een opstapeling van fysieke klachten of de diagnose ‘terminaal’ hebben. In mindere mate wordt euthanasie ook toegepast bij psychische aandoeningen. 
 Ondanks deze wet valt een groep mensen met een doodswens buiten de euthanasie regeling. Deze groep heeft de wens te sterven en acht hun leven ‘voltooid’. Deze term roept misschien een geromantiseerd beeld op. Een beeld van een individu die alles in zijn leven heeft gedaan, zijn ‘bucket list’ volledig heeft afgestreept, op leeftijd is gekomen en met een voldaan gevoel klaar is om er een – op waardige en autonome wijze – punt achter te zetten. Dit beeld is allesbehalve realistisch, blijkt aldus uit het onderzoek van Van Wijngaarden. 
 Ook in het verpleeghuis is dit geromantiseerde beeld ver te zoeken. Als geestelijk verzorger werk ik in vier verpleeghuizen en een revalidatiecentrum. Door mijn gesprekken met bewoners heb ik zelf een heel ander beeld gekregen van mensen die hun leven voltooid achten. Dat van een mevrouw van 91 bijvoorbeeld, die aan mij vertelde over haar kinderen die ook al op pensioengerechtigde leeftijd zijn: “Ik ben zo bang dat ik mijn kinderen overleef, laat mij vannacht maar inslapen. Het is genoeg geweest.” De angst om (nog) meer ellende in het leven te moeten verduren is voor deze mevrouw voldoende om te zeggen “laat mij maar inslapen”. Een andere mevrouw van 97 zei eveneens over voltooid leven: “Als ik nu ziek wordt dan is het gebeurd, ik heb een euthanasieverklaring. Vanochtend werd ik wakker en dacht ik ‘jammer, ik ben er nog’”. Zij vertelde mij niet over een directe aanleiding zoals het verlies van eigen kinderen. Ze voelt zich echter “overbodig” en heeft geen “doel” meer in het leven, aldus mevrouw.
 Het thema voltooid leven is op dit moment een brandend aandachtspunt in de Nederlandse politiek. De discussie lijkt door de media aandacht louter iets voor beleidsmakers. Dit strookt echter niet met de inhoud van de discussie. Het betreft namelijk existentiële thematiek, zoals zingeving, levensvragen en spiritualiteit.
In haar boek Voltooid Leven schrijft Van Wijngaarden enkele passages over haar interviews. Onder andere schrijft ze over Hans, die zijn leven vergelijkt met een afgezaagde kerstboom in de tuin: “Die boom staat symbool voor mijn leven. Zo leef ik:
half afgezaagd. (…) Die boom heeft nog wortels. Wortels houden je overeind. En dat is het nou net: ik heb geen wortels meer. Ik heb geen enkele binding meer met het leven”
 Uit het onderzoek van Van Wijngaarden blijkt dat de wens het leven te beëindigen zonder levensbedreigende fysieke aandoening, veelal gebaseerd is op een gebrek aan verbondenheid. “Ze voelen zich meer afgescheiden van anderen. Verbinding maken lukt niet meer. Ze verlangen nog wel naar diepgaand contact, maar tegelijkertijd kunnen of willen ze het niet meer aangaan”, aldus van Wijngaarden. Uit de interviews blijkt dat het gebrek aan verbondenheid betrekking heeft op de verbondenheid met mensen, activiteiten of de wereld in zijn geheel. Is hier geen oplossing voor? 
Kunnen we door de zorg te verbeteren, meer aandacht te besteden aan deze individuen, de wens om te sterven wegnemen? Aangezien het volgens het onderzoek een existentiële thematiek betreft, het domein van trage (levens)vragen, is daar geen directe oplossing voor. “Op trage, zoekende vragen die te maken hebben met de zin van het bestaan moeten we niet louter pragmatisch, oplossingsgerichte antwoorden geven.”
Hulpverleners kunnen moeilijk het gevoel van verbondenheid ‘opleggen’ of door therapieën opwekken. Een gevoel van diepgaande verbondenheid met anderen, met de directe omgeving, met het leven zelf kan niet afgedwongen worden. Existentiële thematiek kunnen we niet medicaliseren. 
 Kunnen we deze mensen met een stervenswens niets bieden? Mijns inziens ligt hier een taak voor de geestelijk verzorger (GV), de professional op het gebied van existentiële thematiek. De geestelijk verzorger kan begeleiding bieden, ruimte scheppen waar nodig bij mensen die met het vraagstuk worstelen. Ook kan de GV ingezet worden voor de scholing van hulpverleners of vrijwilligers, om de trage vragen te leren signaleren en aandachtig bij het verhaal en de worsteling te blijven.
Aandacht en het luisterend oor biedt ruimte de paradoxen, de worstelingen en trage vragen over leven en dood bespreekbaar te maken. Daarvoor is aandacht nodig, aandacht voor de eenzame worsteling met hetgeen wat zo moeilijk bespreekbaar is. “Door het lijden van de ander te erkennen ontstaat verbinding. We nemen het lijden serieus, het mag er zijn.”
 Citaten zijn afkomstig uit: Wijngaarden, E. van (2016). Voltooid leven. Over leven en willen sterven. Zutphen: Drukkerij Wöhrmann, p. 30, p.38, p. 188.